Pagina's

zondag 1 december 2013

We zijn emotioneel uitgehongerd

Na inzicht in de werking van onze stofwisseling, is het in dit 2e hoofdstuk van “Health At Every Size®” tijd om te kijken naar waarom we eten.

Kort hoofdstuk
Wat mij opvalt, is dat dit een relatief kort hoofdstuk is in vergelijking met de rest. Dat vind ik best vreemd, temeer omdat er boeken volgeschreven zijn over emotie-eten. Uiteraard begrijp ik dat eten uit frustratie, verveling of verdriet geen zoden (en wel kilo’s) aan de dijk zet, maar enkel en alleen eten omdat je honger hebt, lijkt mij een onmogelijke opgave. Eten heeft naast je lichaam van energie en bouwstoffen voorzien ook een sociale functie. Want is eten niet ook een manier waarop we emoties delen?

Feest of schuld?
Denk maar eens aan de taart die onlosmakelijk verbonden is met een verjaardag. Of het feit dat er in verschillende culturen troostrijk en liefdevol voor elkaar gekookt wordt in periodes van rouw. En hebben we niet allemaal als kind eens een snoepje gekregen omdat we ons pijn hadden gedaan? Hadden we toen ècht honger? 
In feite hebben we van kleins af aan geleerd om te eten als we blij of verdrietig zijn en luisteren we juist daardoor (de één meer dan de ander) misschien ook wel minder naar onze emotionele behoeften. Bovendien stimuleert eten op zich ook het pleziergebied in onze hersenen, dus op een bepaalde manier kan je zelfs zeggen dat je gelukkiger wordt van eten.

Dan is het op z’n minst vreemd dat als je in Amerika vraagt welk woord het eerst in mensen opkomt als ze aan chocoladetaart denken, zij “schuldgevoel” zeggen, en mensen in Frankrijk of Italië “feestelijkheid”. Zit het ‘m dan ook in de manier waarop je het eten beleeft?

Hoe eten we eigenlijk?
Eten is voor velen al lang geen bron van plezier meer en het wordt tegenwoordig eerder met controle geassocieerd, dan met geluk. We hebben voeding verdeeld in ‘goed’ en slecht’ en zijn calorieën gaan tellen in plaats van naar de signalen van ons lichaam te luisteren. We eten ‘op de klok', passend bij onze veelal overvolle agenda’s. En we eten in toenemende mate om de verkeerde redenen, met schuldgevoel in plaats van voldoening als gevolg. Zie hier de neerwaartse spiraal in haar volle glorie.


Voor mensen die dit doen, hebben Amerikaanse wetenschappers een term bedacht. Zij noemen dit ‘restrained eaters’. Het ironische wil dat Google dit vertaalt als ‘lijners’, maar ik vind dat ‘geremde eters’ er dichter tegenaan zit. Alhoewel je ‘geremd’ dan wel weer in de juiste context moet zien, want geremde eters, kunnen juist ongeremd veel eten.

Intuïtief eten
In dit hoofdstuk zit een test met ’n kleine 30 stellingen over intuïtief eten, waarmee je kan controleren of jij een ‘geremde eter’ bent. Er zitten stellingen tussen zoals;

  • Ik maak me meer zorgen over het vetpercentage, dan over de voedingswaarde van een product,
  • Ik heb het gevoel dat ik gefaald heb als ik teveel eet,
  • Ik stel het kopen van kleding en het doen van leuke dingen uit totdat ik ben afgevallen.

Zelf heb ik deze test ook gedaan en het viel me op dat het vele diëten haar sporen wel heeft nagelaten. Op sommige onderdelen scoor ik hoog op de ladder van ‘geremde eter’. Ik ben te vaak met calorieën bezig, eet dingen die ik erg lekker vind bewust niet omdat ik er dik van word en ik eet teveel in tijden van stress. Er zijn zeker ook onderdelen waar ik trots ben op mijn score, want ik heb geen hekel aan mezelf, vind mijn algehele gezondheid belangrijker dan enkel mijn gewicht en ik verzorg mezelf goed.

APK keuring
In hoofdstuk 9 worden ons tips beloofd die van een ‘geremde eter’ een ‘ongeremde eter’ maken. Want zolang alles goed gaat, houdt de geremde eter zichzelf wel onder controle. En om dit ook tijdens de moeilijkere momenten van het leven vol te houden, dàt kunnen we met het HAES-programma leren. Stiekem vermoed ik dat het wel wat meer is dan enkel de remschijven opnieuw afstellen.



Ook het boek "Health At Every Size®" lezen? Je kan het hier bestellen.


Health At Every Size® (HAES) is een levensstijl die zich focust op intuïtief eetgedrag en plezierige lichamelijke activiteit in plaats van diëten en gewichtsverlies. De 3 pijlers van HAES zijn zelfacceptatie, lichaamsbeweging en een normaal voedingspatroon.





zondag 24 november 2013

We zijn 'geprogrammeerd' om een gezond gewicht te houden

Dit eerste hoofdstuk geeft inzicht in de werking van onze stofwisseling; een complex systeem van processen, waarin verschillende hormonen, organen en zelfs je vetcellen een belangrijke rol spelen.

Al snel wordt duidelijk dat de geprezen formule “minder eten + meer bewegen = afvallen”, veel te kort door de bocht is. Ook leren we dat ons lichaam een natuurlijk en genetisch bepaald gewicht als ‘setpoint’ onthoudt, waaronder het zich ‘t meest gezond en comfortabel gedraagt. En dat als je maar vaak en lang genoeg met je natuurlijke ‘setpoint’ prutst, je lichaam hiervan in de war raakt (het jojo-effect).

Hyperlinks
De inhoud van dit hoofdstuk is van behoorlijk academisch niveau. Je moet tijdens biologie wel heel goed hebben opgelet om alles te begrijpen. Mocht je kennis wat roestig zijn, dan bestaat er tegenwoordig de mogelijkheid om een online encyclopedie te raadplegen, vandaar de hyperlinks. Bijna alle beschreven wetenschappelijke constateringen worden onderbouwd met bronverwijzingen naar een werkelijk immens aantal medische studies, die ik gemakshalve voor waar aanneem. Er zullen ongetwijfeld andere slimme mensen zijn geweest, die dit hebben gecheckt.

Een kort lesje biologie
Eén van de belangrijke spelers in de werking van je stofwisseling is de hypothalamus, dat is een klein gedeelte in je hersenen dat o.a. de homeostase (het vermogen om je totale lichamelijke ‘huishouding’ zo constant mogelijk te houden) bepaalt.

De hypothalamus zorgt er o.a. voor dat je honger krijgt als je lichaam voeding nodig heeft, en dat je een voldaan gevoel ervaart zodra je genoeg gegeten hebt. Het is het ‘alziend oog’ van het menselijk lichaam en neemt werkelijk alles waar; de geur van versgebakken appeltaart, de herinneringen die deze geur bij je oproept, het water dat je ervan in de mond gaat staan, de smaaksensatie bij de eerste hap, en het volle gevoel in je maag als je een te groot stuk hebt gegeten. De hypothalamus reageert op al deze (en nog veel meer) boodschappen door hormonen, enzymen en andere stoffen af te geven, die vervolgens weer een wisselwerking hebben op je homeostase.

Nu komt de clou
Bij iedereen werkt dit systeem op z’n eigen manier. In grote biologische lijnen uiteraard hetzelfde, maar wel met je eigen unieke ‘features’. Soms ontstaan er storingen in de verschillende processen, die consequenties hebben. Want als bijvoorbeeld je hongercentrum niet goed functioneert, of je ontvangt het signaal dat je voldaan bent te laat, dan beïnvloedt dit je eetgedrag. En zo zijn er nog minstens 1.000 factoren van invloed, zoals de werking van je schildklier, alvleesklier, emoties, slaapgedrag enz.. Zelfs je vetweefsel speelt een rol. Kan je het nog volgen? Complex dus...

Hė gėt, we hebben het over vet
Wie denkt dat vetcellen domme zakjes reuzel zijn, heeft het grondig mis. Wist je bijvoorbeeld dat vetcellen ook hormonen afgeven, die verschillende lichaamsfuncties reguleren? Ik in ieder geval niet. Ze vertellen o.a. aan je hersenen hoe het met je energievoorraad en je spijsvertering gesteld is. En daarbij is werkelijk een glansrol weggelegd voor het hormoon leptine; hoe meer je dat in je bloed hebt, hoe meer verzadigd je jezelf voelt. Helaas heeft het simpelweg extra toedienen van leptine geen effect op gewichtsverlies. Dat is al geprobeerd. Leerzaam toch?!

Setpoint
Je lichaam wil dus maar één ding; jou met alle geweld op je ‘setpoint’ gewicht houden om je te beschermen. Want je bent van nature geprogrammeerd om bij dàt gewicht, biologisch gezien, het meest optimaal te functioneren. Daarom daalt je stofwisseling als je onder je ‘setpoint’ bent en kom je weer aan - vaak nog een paar kilo extra, zo gezegd ‘voor de zekerheid’ - zodra je met een (crash)dieet stopt. 

Helaas bestaat er geen magische formule om jouw ‘setpoint’-gewicht te berekenen, of om te bekijken hoe ‘strak’ je processen staan afgesteld. Wat helpt is leren om goed naar je lichaam te luisteren. Helemaal als het om eten gaat.

Want eet jij als gevolg van een natuurlijke reactie op signalen van honger en voldaanheid, zonder je te fixeren op je gewicht of voedingsgewoonten? En eet jij zonder moeite en steeds met plezier?

HAES belooft dat aan het eind van dit boek ons antwoord op deze vragen ‘ja’ is. Ik blijf reuze benieuwd.


Zelf het boek "Health At Every Size" lezen? Je kan het hier bestellen.


Health At Every Size® (HAES) is een levensstijl die zich focust op intuïtief eetgedrag en plezierige lichamelijke activiteit in plaats van diëten en gewichtsverlies. De 3 pijlers van HAES zijn zelfacceptatie, lichaamsbeweging en een normaal voedingspatroon.



Mijn naam is HAES

En ik weet van niks. Nou ja, te weinig in dit geval. 


Ik maakte voor het eerst kennis met HAES, dat staat voor ‘Health At Every Size®’, via Hermina de Vries van Wondervol. Alles wat ik er sindsdien over gehoord en gelezen heb, klonk goed. Een beweging die gezondheid centraal zet, de diversiteit aan lichaamsvormen waardeert en  respect voor iedere ‘soort & maat’ promoot.  Daarover wilde ik, zeker na de ‘Curvy Hightea’ die rondom dit thema werd georganiseerd, het naadje van de kous weten en bestelde het boek.

Linda Bacon
Voor mij ligt nu het boek ‘Health At Every Size®’ van de Amerikaanse psychologe Linda Bacon, die - in tegenstelling tot wat haar naam doet vermoeden – een slanke verschijning is. Van ieder hoofdstuk uit het boek ga ik een blog schrijven. Op deze manier ontstaat er een samenvatting voor iedereen die niet in de gelegenheid is om het boek, dat geschreven is in het Amerikaans, te lezen of te kopen. En als je gewoon nieuwsgierig bent, ben je uiteraard ook van harte welkom om de blogs te lezen.

De eerste negen bladzijden van het boek bevatten aanbevelingen door derden, die ik meteen besluit over te slaan. “Goede wijn behoeft geen krans”, bedenk ik mezelf. Ik wil graag met een open, objectieve blik en dus zonder de lofzang van een indrukwekkende lijst gezondheidsgoeroes in mijn achterhoofd aan het boek beginnen.


Voeding is simpel
Het boek start met een proloog en introductie, waarin Linda uitlegt hoe het allemaal gekomen is en wat het HAES-programma haar heeft gebracht. Ook zij had een lange periode van lijnen achter zich en kwam tot de conclusie dat diëten haar niet blijvend brachten waar ze wilde zijn. Het HAES-programma heeft ervoor gezorgd dat haar weegschaal niet langer haar zelfvertrouwen beïnvloedt en het heeft haar relatie met voeding volledig veranderd. “Voeding is simpel nu”,  schrijft ze, “Ik waardeer het genoegen dat eten mij geeft en wanneer ik vol zit, verliest het mijn interesse. Bovendien beleef ik weer plezier aan mijn lijf omdat het gezond en goed aanvoelt”. So far so good.

15 kilo
Tussen neus en lippen door vermeldt ze dat ze 15 kg. is afgevallen nadat ze met deze methode begon. “Hmm...”, denk ik nu bij mezelf, “het is dus stiekem toch een dieet”. Maar het afvallen was een ‘side-effect’, het gebeurde gewoon vanzelf, niet omdat het haar doel was. Eerlijk gezegd weet ik niet goed wat ik daarvan moet vinden. Want uiteraard triggeren die 15 kg. mij wel degelijk. Onderbewust ben ik kennelijk nog steeds op zoek naar de ultieme afslankoplossing. In de voetnoot komt ze direct terug op het gevoel dat het bij mij oproept en vraagt me geduld te hebben, het boek niet meteen af te schrijven en vooral ook de rest te lezen. Nou, vooruit dan maar.

Gefaald
‘Health At Every Size®’ is dus geen dieet, het gaat niet over afvallen en het is ook geen bewegingsprogramma. Het gaat over gezond leven in al haar facetten en is ontworpen om jou te ondersteunen bij de verandering in jezelf. Vanaf nu ga je leren jezelf te waarderen, los te komen van het afvallen dat zo lang je gedachten heeft beheerst en het leven positiever te benaderen. Het volledig loslaten van het streven naar een slank figuur moet je niet zien als opgeven, je neemt simpelweg een volgende stap. Een stap naar iets nieuws. Want – en deze zin raakte mij – “Wij zijn niet tekort geschoten in het afvallen, de diëten hebben gewoon gefaald”.


Health At Every Size® (HAES) is een levensstijl die zich focust op intuïtief eetgedrag en plezierige lichamelijke activiteit in plaats van diëten en gewichtsverlies. De 3 pijlers van HAES zijn zelfacceptatie, lichaamsbeweging en een normaal voedingspatroon.





vrijdag 12 oktober 2012

Hans Worst


Sinds het moment dat de hormonen door mijn lijf gieren heb ik een ‘maatje meer’. Gelukkig ben ik gezegend met evenveel tieten als kont, dus blijven de verhoudingen gerespecteerd en het totaalplaatje in balans. Toch heb ik mij, doordat er in het modebeeld van de afgelopen 25 jaar helaas weinig plek was voor volslanke vrouwen, met enige regelmaat laten verleiden om mijn zachte ronde lijf strakker te laten lijken middels corrigerend ondergoed.

De kennismaking is ooit begonnen met een Step-in variant van mijn moeder; een nogal aan de maat zijnde strakke onderbroek (mannen noemen het niet voor niets een bangmaker), die toen een werkelijk minimaal buikje verdoezelde. Ik droeg ‘m onder een super strakke Ball-jeans en was verrukt van het resultaat. De rits ging dicht zonder dat ik daarvoor op de grond hoefde te gaan liggen en ik leek toch zeker wel een halve maat slanker.

Mede dankzij programma’s als “How To Look Good Naked”, “De Modepolitie” en “Trinny & Susannah”  (twee Engelse breinaalden die ongegeneerd in damesborsten knijpen om te controleren of deze wel in de juiste BH zitten) floreert er een complete industrie aan allerhande, bij voorkeur vleeskleurige, Shapeware. Iedere love-handle moet en zal in de rigide modekiem worden gesmoord.

Zo is er de Push-up BH waarin memmetjes (borsten die de potloodtest niet glansrijk meer doorstaan) een flinke lift krijgen en een Maximizer waarin een van nature B-cup wordt omgetoverd tot een wulpse dubbele D. Als tegenhanger bestaat er trouwens ook de Minimizer, die de voluptueus deinende boezem volledig in bedwang houdt. Er zijn broekjes met dermate corrigerende pijpjes, dat menig professioneel wielrenner er jaloers op is, broekjes met een verhoogde taille en een push-up voor de bilpartij, of een combinatie van dit alles, beter bekend als de Total Body Smoother. Zoveel vrouwen, zoveel correcties.

Ik geef ruiterlijk toe dat ik een gewillig slachtoffer ben, want ik zie in de spiegel natuurlijk ook wel dat een ultra hip jurkje van nietsontziende tricot een stuk appetijtelijker oogt als ik mijn ‘harnas’ eronder draag. Wel heb ik gemerkt dat mijn lichaam zich met het klimmen der jaren steeds vaker verzet. De hele dag je adem inhouden is duidelijk geen pretje en de rolletjes vinden telkens een nieuwe plek in hun zoektocht naar de vrijheid. Nog heel even en ik heb een hele dikke nek en dito enkels…


maandag 4 juni 2012

Vriendin

We zijn al ons hele leven bij elkaar, maar pas in de puberteit vriendinnen geworden. Samen hebben we onze ontluikende vrouwelijke schoonheid ontdekt. Het moment dat zij aan haar transformatie begon kan ik me nog als de dag van gisteren herinneren. Schuchter besloot zij er welgeteld één haar op te laten groeien. Ontzetting, bewondering en schroom maakten zich tegelijkertijd van mij meester. Want wat moet je als onzekere bakvis met één parmantige zwarte krulhaar op een verder nog glooiend zachtroze heuveltje? Dit allereerste exemplaar was dan ook geen lang leven beschoren.

Binnen een paar weken bleek het hek van de hormonale dam en groeide zij er in gierend tempo een mooi gazonnetje op. Stiekem was ik zo trots als een pauw, maar deed ook de naam van haar nieuwe pelsje eer aan. De badjas die ik niet lang erna voor mijn 13e verjaardag kreeg, werd met opluchting in ontvangst genomen. Voortaan gingen we alleen nog bedekt de badkamer in en uit.

Mijn vriendin en ik hebben in de jaren, die volgden, samen vele modegrillen doorstaan. Begin jaren tachtig maakten wij ons nog niet zo druk om ons uiterlijk en lieten de natuur welig haar gang gaan. Maar met de komst van de hoog opgesneden bikinibroekjes werd dat anders. Al in het pashokje van het warenhuis, waar ik het niemendalletje paste, bedacht ik mij dat haar binnenvoering – die nieuwsgierig naar buiten piepte – met onmiddellijke ingang diende te verdwijnen.

Ik gebruikte daar het scheermes van mijn vader voor en kreeg snel spijt. Ten eerste omdat mijn vader de ochtend erna direct in de gaten had, dat ik zijn scheermes voor schaamteloze praktijken had misbruikt. Ten tweede omdat haar recent gemaaide veldje begon te jeuken als de hel en zij binnen 24 uur werd ontsierd door vuurrode pukkels. Het kekke zwembroekje verdween alsnog voor weken achterin de linnenkast.

Een paar maanden later had ik voldoende zelfvertrouwen om een bus ontharingscrème te kopen. Voor ik erachter kwam dat je dit karweitje het beste volledig wijdbeens kon uitvoeren, in een bij voorkeur hermetisch voor je jongere broertje afgesloten slaapkamer, had haar pruikje al heel wat cosmetische ellende te verduren gehad.

Jaren later besloot ik mijn vriendin eens professioneel te laten trimmen en vroeg de schoonheidsspecialiste om een sexy “Laatste-Der-Mohikanen-Streep” te waxen. Zonder blikken of blozen schoof deze dame het kruis van mijn slipje opzij, smeerde wat warme hars aan een kant en dekte dat met een stukje linnen af. Nog voor ik mij mentaal kon voorbereiden werd datzelfde strookje er met één ferme ruk vanaf getrokken. De tranen rolden over mijn wangen. Het was dat ik vriendinlief de rest van de zomer niet met één gladde en één behaarde kant wilde laten lopen, want anders had ik het erbij gelaten. En dus doorstonden wij deze middeleeuwse marteling nog voor een tweede keer.

Gelukkig is het er nu, mede door de technologische revolutie, allemaal wat gemakkelijker op geworden. Er zijn ladyshaves in soorten en maten, die haar tuintje prachtig op orde houden. De laatste modegril; een spiegelgladde landingsbaan, hebben wij nuchter aan ons voorbij laten gaan. Er moet tenslotte wel verschil tussen de meisjes en de vrouwen blijven. Tegenwoordig glanst er één grijze highlight tussen haar perfecte damescoiffure. En deze mag wat mij betreft gewoon blijven zitten!

Geschreven als gastblog voor de "Schaamhaar Special" en gepubliceerd op de website http://www.frontaalnaakt.nl/


maandag 7 mei 2012

Buks Bunny (en nee, dit is geen typefout)

Ons terras wordt sinds zes jaar ‘opgevrolijkt’ door twee konijnen. Ze heten Dapper en Snuf, die helaas nooit een hoge aaibaarheidsfactor hebben ontwikkeld. Ze laten zich niet aaien, laat staan knuffelen en dus bekoelde de wederzijdse liefde snel. Want wat heb je aan een huisdier als daaraan enkel de lasten - lees het hok schoonmaken - en niet de lusten gekoppeld zitten? Het zijn bovendien taaie beestjes; ze overleven met gemak elke hittegolf en iedere horrorwinter. We verzorgen ze kennelijk best goed.. omdat dat natuurlijk zo hoort.

Vorige week voelde Dapper zich niet lekker. Hij zat met één soepoog voor zich uit te suffen en maakte zelfs geen sprongetje voor een wortel. Even naar de dierenarts dus, want je hebt nu eenmaal de verantwoordelijkheid voor zo’n mormel op je genomen. Het pussende oog bleek het gevolg van gebitsproblemen, die wel vaker bij konijnen voorkomen. Omdat meneer zijn bek niet vrijwillig voor inspectie opende, werd hij de dag erna even onder narcose geholpen. Een fluitje van een cent, met een prijskaartje van honderd euro. Een boel geld, maar vooruit, ik ben de lulligste niet.

De dag van behandeling belde ik ’s middags uit fatsoen even naar de dierenarts. Op dat moment lag de mottenbal aan het zuurstof op de intensive care. De narcose was hem niet zo goed bevallen en misschien overleefde hij deze dentale crisis niet. De schrik sloeg mij om het hart. Nu heb ik wel vaker een dood konijn gezien (de gemiddelde poelier heeft er minstens twee in de vitrine liggen) maar die kosten geen honderd euro per stuk!

Eenmaal in de praktijk bleek Dapper zijn naam eer aan te doen en leefde nog. Hij had een kaakontsteking, waarna het prijzencircus pas echt begon. Een flesje antibiotica hier, wat pijnstillers daar, tubetje oogzalf zus en vloeibaar voedsel zo. Want wie als dierenarts A. zegt, verkoopt jou daarna ook B. (en met een beetje pech zelfs C.) en er blijkt geen weg terug. Zelden zo’n huzarenstukje ‘upselling’ gezien. Verbouwereerd stak ik mijn bankpas in het pinapparaat, om vervolgens met droge ogen € 240,- af te rekenen.

Vanaf nu bezitten wij dus officieel het duurste konijn van Nederland, daar kan geen prijsfokker tegenop.

P.S. Ongeveer 8 weken na de hierboven omschreven behandeling en de intensieve verzorging, kwamen de klachten terug. Er zat toen helaas niets anders op dan Dapper in te laten slapen. Kosten € 65,-, ping kassa.

vrijdag 10 februari 2012

Eppur si muove (“En toch beweegt zij”)

Zij die mij wat beter kennen, weten dat ik nogal recht voor z’n raap communiceer. Dat een deel van deze ‘directe’ genen zijn overgedragen aan mijn zonen is dan ook geen wonder. Uiteraard zitten daar ook de genen van mijn echtgenoot bij en zo komt het dan onze jongste een wat meer introverte ‘stille nummer negen’ is, die op moment suprême bijzonder gevat en bijdehand uit de hoek komt.

Volwassenen vinden dat doorgaans nogal vervelend, want hij heeft vaak gelijk. En je door een blaag van 11 de neus laten wassen, daar is menig middelbaar ego niet tegen bestand. Dan wordt zijn heldere uiteenzetting van zaken vertaald als zijnde ‘brutaal’ en wordt hem het liefst snel de mond gesnoerd. Hij is verder een bijzonder leergierige jongen en zaken die hem interesseren worden tot op de bodem uitgezocht. Ook observeert hij zijn omgeving goed en heeft daardoor heel snel in de gaten hoe de vork in de steel zit. Dat is ook voor mij wel eens lastig om te accepteren, want hij kan mij als geen ander een spiegel voorhouden.

Gisteren gebeurde er iets vervelends in zijn klas. Een juf met bijzonder goede bedoelingen had het onderwerp “Universum” aangesneden en maakte daarbij een cruciale fout. Zoonlief had al eens een spreekbeurt over de planeten binnen ons sterrenstelsel gehouden, dus hem maak je over dat onderwerp niet veel meer wijs. En dat de zon om de aarde zou draaien dus al helemaal niet. Hij heeft bij hoog en laag volgehouden, net zo lang tot hij de enige in de klas was die anders beweerde, maar kreeg geen gelijk. Hij was gewoon eigenwijs. Ontgoocheld kwam hij thuis en deed verontwaardigd zijn verhaal.
We hebben hem geprezen voor zijn volhardende houding en hem verteld over Galileo en zijn conflict met de Katholieke Kerk. De juf in kwestie kan wat mij betreft beter geschiedenisles gaan geven, want ooit dachten we dat de aarde plat was. Ik hoop alleen niet dat mijn zoon bijna 400 jaar op een excuus hoeft te wachten.

Dit blog is ook gepubliceerd op www.mamsatwork.nl

dinsdag 11 oktober 2011

De bril omhoog!

Ook al zijn mannen en vrouwen tegenwoordig nog zo geëmancipeerd, er blijven naar mijn mening altijd zaken die je als kind òf graag met je moeder, òf met je vader doet. Zo willen die van mij het liefste stoeien met hun vader. Ik ben namelijk een watje en roep veel te snel au. Daarentegen ben ik meestal aan de beurt als het hartzeer of zielenroerselen betreft. Verder wordt er met mij geshopt en is papa favoriet bij aanmoedigingen tijdens voetbal- of judowedstrijden.

Je hoort mij natuurlijk niet zeggen, dat er met vaders niet gewinkeld kan worden. Of dat moeders niet welkom zijn op een sportevenement, want dat is onzin. Die van mij hebben alleen zo hun uitgesproken voorkeuren. Dat zal ongetwijfeld ook te maken hebben met het feit, dat ik mij tijdens een judowedstrijd onsterfelijk belachelijk heb gemaakt, door na een ‘Ippon’ te roepen: “Kom op, pak hem terug, je kan het wel!”, terwijl de match toen al ten einde was.

Een vaardigheid waarvan ik overtuigd was, dat onze zonen dat het beste van hun vader konden leren, was ‘staande plassen’. Ik beschik gewoon niet over voldoende praktijkervaring. Bovendien is mijn kennismaking met de plastuit geen succes geweest, vandaar dat mij dit toch echts iets voor mijn echtgenoot leek. Eerlijkheidshalve moet ik daar wel bij vertellen, dat hij het totale onzin vond. Hij is door enkel zijn moeder opgevoed, dus van wie had hij het dan geleerd?!

Maar oké, hij is de beroerdste niet en dus ging hij samen met onze zoon naar het toilet om hem daar de kunst van het verticaal plassen te leren. Ik zat op de bank in de huiskamer en luisterde op afstand naar de ‘van vader op zoon’-aanwijzingen. “Als eerste doe je altijd de bril omhoog, want dat vinden vrouwen fijn. Daarna doet je je broek open. Let op, het is beter om niet alleen de rits, maar ook het knoopje los te maken, want dan heb je meer ruimte. Doe je onderbroek goed naar beneden, want anders wordt hij nat”.

Ik ben nooit meer vergeten wat erop volgde en waardoor ik letterlijk van de bank afrolde van het lachen. Op de instructie “en dan pak je hem beet”, hoorde ik mijn lief verschrikt en met stemverheffing vanuit het kleinste kamertje roepen: “Nee, niet die van mij!!”.

Geschreven als gastblog en eerder gepubliceerd op http://www.mamsatwork.nl/

zaterdag 24 september 2011

Huwelijksgeluk

Soms ben je, zonder dat de personen in kwestie zich daar bewust van zijn, getuige van de meest uiteenlopende menselijke ergernissen. Zo zat ik laatst in een bus die nogal lang voor een stoplicht moest wachten. Ik keek wat verveeld uit het raampje en mijn blik werd gevangen door een ouder echtpaar. Beiden stijlvol gekleed en de haren keurig gekapt. Ze waren 'om door een ringetje te halen', zou mijn moeder gezegd hebben.

Dat dit alles tot de categorie uiterlijk vertoon behoorde, werd mij al snel duidelijk. Ze straalden allebei jarenlange ontevredenheid en sleur uit. Het libido van deze mensen lag ongetwijfeld al langer op het nachtkastje, dan het glaasje water met hun kunstgebit erin. Korzelig en liefdeloos stonden ze naast elkaar.

De man hield een hond aan de lijn. Het was duidelijk zìjn hond. Een grote, parmantige viervoeter, plaatsvervangend representatief voor de macho kerel die hij zich lang geleden gevoeld had. Zijn vrouw had volgens mij veel liever een klein schoothondje gehad. Een lief wollig diertje, dat ze ’s avonds - bij gebrek aan aandacht van haar ega - urenlang kon knuffelen. Helaas had hij ‘de broek’ aan en werd het dus die grote.

Net op het moment dat ik naar wat anders wilde kijken, begon de hond zijn behoefte te doen. En honden van dat formaat leggen nu eenmaal geen koddige keuteltjes. Binnen ’n halve minuut lag er een werkelijk enorme hoop dampende stront op de stoep. De man keek zijn echtgenote even misprijzend aan en maakte een kort denigrerend handgebaar. Hieruit kon ik opmaken, dat hij verwachtte dat zij die bolus snel in ’n plastic toiletzakje zou loodsen.

De vrouw, zich onbewust van iedere vorm van emancipatie, deed wat ze altijd al gedaan had en gehoorzaamde. Met absolute walging zag ik hoe zij haar handen in het zakje tot een kommetje vormde en de nog warme drol van de straat manoeuvreerde. Haar echtgenoot keek ondertussen verlekkerd naar een sexy jonge blondine die verderop passeerde.

En heel even weerspiegelde in de blik van zijn vrouw de bestelling arsenicum die zij nog diezelfde avond op het internet zou plaatsen.


zondag 21 augustus 2011

Je ziet ze vliegen!

Er zijn zo van die dieren waarvan mij het nut van bestaan totaal ontgaat. Schaar mij nu niet direct onder de categorie natuurbarbaren, want ik ben een buitengewoon liefhebber van vele soorten flora en fauna. Maar eksters en fruitvliegen… daar heb ik het gewoon niet mee.

Bij het scheppen van de ekster moet iemand zich ooit hebben vergist. Eén moment van onbedachtzaamheid en dit dier werd voor eeuwig met het meest gebrekkige paar stembanden van het hele vogelrijk uitgevoerd. Neem daarbij het tijdstip waarop ze doorgaans ontwaken en je creëert de perfecte cocktail voor een verwoestend ochtendhumeur.

Dan de fruitvlieg, nog zo’n ellendeling! Zodra je die in huis hebt, kom je er van je lang zal ze leven niet meer van af. Mits je jezelf natuurlijk een acuut geval van scheurbuik toewenst en alle fruit gedurende de gehele zomer uit je menu schrapt. Maar dat lijkt me, als rolmodel binnen een gezin met twee opgroeiende kinderen, geen optie.

Zodra ook maar één object in de fruitschaal het in z'n hoofd haalt zich als zelfstandig ondernemer te ontwikkelen, zitten zij er letterlijk bovenop! De kamer van koophandel zou er jaloers op zijn. Vervolgens nestelen ze zich gewillig in de meest zachte stukjes en planten zich in gierend tempo voort. Overdreven gedoe vind ik dat, want ik heb niet de indruk dat ze op korte termijn met uitsterven worden bedreigd.

Echt, van alles heb ik geprobeerd, maar elimineren is kansloos. Als eerste koos ik voor een diervriendelijke oplossing en kocht zo’n truttig parapluutje om de schaal mee af te dekken. Helaas zijn de rakkers zo klein, dat ze zonder probleem door het gaas kropen. Een sinaasappel met kruidnagelen erin hielp ook geen zier. En een miniflesje gevuld met port of wijn werkt een klein beetje, maar hun drang tot alcoholisme is helaas niet groter dan hun voortplantingsdrift.

Vervolgens kwamen mijn zonen met een, naar het leek, geweldige oplossing. Een vleesetende plant! Die zou zich toch werkelijk het buikje rond eten? Na een bezoek aan het tuincentrum waren wij een “Venus Vliegenvanger” rijker, die meteen een prominent plekje naast de fruitschaal kreeg. Hun klapval kan zich binnen 0,5 tot 30 seconden sluiten, dus je begrijpt dat wij onze adem inhielden.

En wat schetst onze verbazing? Ze lust ze niet! Onze Venus heeft zich óf in het tuincentrum al voor de komende maand volgevreten óf is acuut vegetariër geworden. Het predicaat ‘virgultum carnivorum’ kan wat mij betreft dus direct worden ingeleverd.

Wat een flutplant!!

vrijdag 12 augustus 2011

Vakantiedialoog

Om 05:00 ’s ochtends in de auto onderweg naar het vakantieadres:

A: Shit! Er brandt ineens een oranje lampje in het dashboard, wat betekent dat?
B: Weet ik veel, ik heb die auto maar net een paar weken…
A: En dan ga je me nu vertellen dat je niet eerst het instructieboekje hebt gelezen?
B: Nee, je kent mij toch? Ik stap in en rijd weg en dan zie ik wel weer verder.
A: Lekker makkelijk, en wat nu?
B: Nou, het zal niet vast zo ernstig zijn, die auto is net nieuw.
A: Maar we moeten nog 1.250 km. en straks staan we met pech langs de snelweg.
B: Zit niet zo te stressen man, dan bellen we toch gewoon de routeservice!
A: Ja, wat koop ik voor die onzin! Jij had je gewoon wat beter moeten voorbereiden.
B: Heb ik het weer gedaan! Ik lees nooit instructieboekjes… dat is meer jouw ding.
A: Iemand zal dat moeten doen hè...
B: Waarom heb je dat deze keer niet gedaan dan?
A: Omdat die auto net nieuw is en ik daar nog geen tijd voor heb gehad.
B: Nou, ik dus ook niet!

Stilte

A: Het lampje blijft maar branden.
B: En met een beetje pech blijft het tot onze eindbestemming branden.
A: Als we daar überhaupt ooit aankomen…
B: Oké… stop maar even bij de volgende parkeerplaats, dan ga ik het wel nakijken.
A: Heb je het instructieboekje bij de hand dan?
B: Ja, ik ben ook weer niet zo stom, dat ik dat boekje thuis laat liggen.
A: Nou, dat valt me dan weer reuze mee van je.

Ergens op een donkere parkeerplaats:

A: En heb je het al gevonden?
B: Nee, ik ben aan het zoeken, ik lees hier dat het lampje twee kleuren kan hebben.
A: Oh, en wat betekent dat dan?
B: Rood is voor ernstige gebreken en oranje voor minder ernstige, het valt dus mee.
A: Maar voor hetzelfde geld wordt dat lampje straks wèl rood en dan?
B: Aha, hier heb ik het! Er hoort een melding in je dashboard te verschijnen
A: Ik zie helemaal niets!
B: Ergens bij ‘memory’...
A: Ik zie nog steeds helemaal niets, ook geen ‘memory’.
B: Je moet ergens op duwen.
A: Waar dan?
B: Ja, hoe moet ik dat weten? Ik heb dit toch ook nog niet eerder bij de staart gehad!
A: &*#^%$#! Ik ga wel weer rijden en dan zie ik het wel.
B: Je moet je niet zo ontzettend druk maken...
A: Ja, jij hebt makkelijk kletsen, jij maakt je nergens druk over.
B: Dat is niet waar, nu zit je gewoon te overdrijven.

Dodelijke stilte.

A: Oh, volgens mij heb ik dat ‘memory’ knopje nu gevonden!
B: Fijn! En wat staat daar?
A: "Ruitenwisservloeistof op".

vrijdag 27 mei 2011

Op de blaren zitten

Er zijn van die periodes dat mijn toch al drukke zakenleven zichzelf als een overdosis aan mij opdringt. Meestal raak ik daar niet zo snel van uit mijn gedoetje, ik ben immers wel aan een flinke hoeveelheid stress gewend geraakt. En mijn creativiteit, humor en relativeringsvermogen zijn altijd een heerlijke bliksemafleider, dus meestal loopt het wel los.

Maar zodra deze plezierige eigenschappen in hun voegen beginnen te kraken, wordt het tijd om een pas op de plaats te maken en te bekijken waar ik nu helemaal mee bezig ben. Een helikopterview noemen ze dat in vakjargon en dat is helaas niet één van mijn sterkste punten.

Ik ben meer de bekende rots in de branding en zet vol overgave mijn schouders onder allerlei projecten. Als een terriër bijt ik mij er vervolgens in vast en ga dan net zo lang door tot de klus geklaard is. Pas als alles succesvol is afgerond, begin ik te voelen welke tol ik ervoor heb moeten betalen.

Mijn creativiteit is dan meestal als eerste opgedroogd. Daar waar het normaal gesproken in mijn hoofd bubbelt en bruist, is het nu zo glad als zacht kabbelend kontwater. Vervolgens is mijn gevoel voor humor gillend via de achterdeur naar buiten gerend en nemen mijn emoties de bekende overhand. Het zonnetje in mij wordt ingeruild voor een hardnekkige storing waar ze bij het KNMI in De Bilt jaloers op zouden zijn.

En dan is dit dus de alinea waar de ontknoping van dit relaas moet komen. Het moment dat ik, vaak ingegeven door één of andere gebeurtenis, ‘het licht’ weer zie schijnen en opnieuw tot mijn eigen vrolijke zelf transformeer middels een gevatte, scherpe clou. Maar helaas, het hapert behoorlijk in mijn bovenkamer en ik zal dus eerst voor wat meer lucht moeten zorgen…

Heeft iemand misschien een fietspomp te leen?


donderdag 3 maart 2011

Doe je mond maar even open

Oké, ik geef het toe. Ik schijt in mijn broek voor de tandarts. Zodra de afspraak voor de halfjaarlijkse controle op de kalender verschijnt, lig ik de nachten ervoor van misselijk makende buikpijn wakker. En zodra er ècht een reparatie uitgevoerd moet worden, weet ik van ellende niet waar ik het zoeken moet. Terwijl al jaren alleen de meest vriendelijke tandarts van Nederland in mijn mond mag peuteren.

Geen enkele andere gebeurtenis boezemt mij meer angst in dan een bezoek aan de smoelensmid. Met het grootste gemak zing ik in een overvolle kroeg en spreek ik zonder knikkende knieën een boardroom vol managers toe. Maar zodra de bordeauxrode bekleding van de tandartsstoel in zicht is, voel ik mij als een aan het asfalt genageld konijn, dat de koplampen van een tegemoetsnellende auto op zich af ziet komen. Het is dat ik een sterk hart heb, anders was ik terplekke al een keer of tien bezweken.

Mijn trauma vindt haar oorsprong op de lagere school. Begin jaren ’70 nam men het niet zo nauw met de gebitsverzorging en scoorde het pedagogisch inzicht even hoog als het I.Q. van de gemiddelde doperwt. Het eerste gegeven resulteerde in het goedbedoelde project ‘schooltandarts’. Het tweede in kinderen die luid krijsend en hevig tegenstribbelend door de juf achter hun tafeltje vandaan werden getrokken, om naar het witte mobiele vehikel op het schoolplein te worden afgevoerd.

Daar wachtte dan, tussen de posters van altijd vrolijk lachende aapjes met blinkende tanden, een Kapitein Haak en een tijdelijk tot Tinkelbel getransformeerde Hettie de Heks, die heel graag even in jouw mondje wilden kijken. Nee, ik hoefde echt niet bang te zijn... ga maar rustig zitten. Daarna begon de ellende pas echt, want ik had altijd gaatjes. En zij hadden nog nooit van verdoven en ik niet van 2x daags goed poetsen gehoord. Het ging immers maar om mijn melkgebit. Pas later, als ik grote mensen tanden had, was het vroeg genoeg om mijn best te doen.

Helemaal overstuur en met een betraand gezicht kwam ik dan, bewapend met ‘n minitandenborstel en klein tubetje naar weeïge frambozen smakende tandpasta, weer terug in de klas. Uit het raam zag ik dan hoe de kinderen uit een volgende klas hetzelfde lot ondergingen. Mijn huidige tandarts is een schat. Hij weet van mijn angst en stelt me al jaren met monnikengeduld gerust. Hij verdooft grondig bij iedere behandeling en heeft me nog nooit pijn gedaan.

Hij heeft wat mij betreft slechts één uitdaging, hij moet gewoon 100 worden en mag nooit met pensioen.


vrijdag 28 januari 2011

Vriendschap

Eind 1985 speelden de Brits/Ierse groep The Waterboys in het voorprogramma van de Simple Minds. Dat concert herinner ik me nog goed. Niet vanwege de continu ‘I like to dedicate this song to’ kwelende Jim Kerr, maar door Mike Scott en zijn kornuiten. Zij speelden de sterren van de hemel en mijn nekhaartjes stijf overeind.

De volgende dag kocht ik samen met mijn vriend op de zwarte markt tickets voor het 2e concert en vertrokken rebels direct na het voorprogramma. The Waterboys hadden destijds een bescheiden hit met ‘The Whole Of The Moon’, maar verder hoorde je eigenlijk weinig over ze. Op ons hadden ze echter een onuitwisbare indruk achter gelaten. De eerder uitgebrachte LP’s werden aangeschaft en menige vriend (èn vijand) werd aangestoken met het 'waterjongensvirus'.

Zoals gebruikelijk in die tijd, waren wij driftig op zoek naar 'merchandising'. Alleen dat bleek in heel Nederland niet te koop. Zelfs op Pinkpop, waar ze een jaar later optraden, was geen T-shirt van ze te verkrijgen. En zo werd het plan geboren om dan maar met z'n allen naar Schotland af te reizen en daar op zoek te gaan naar iets draagbaars met hun naam erop. 

Het werd een onvergetelijke reis, tijdens één van de warmste Schotse zomers ooit. We trokken schaterlachend met een gehuurd personenbusje rond Loch Ness, deden de Whisky Trail, kampeerden op de wildste plekken en wandelden door The Highlands. Iedere gereden kilometer werd muzikaal begeleid door de op cassettebandjes opgenomen albums ‘The Waterboys’, ‘A Pagan Place’ of ‘This Is The Sea’. We zongen alle nummers uit volle borst mee en onderweg, in een piepklein winkeltje in Glasgow, werd onze zoektocht eindelijk beloond. We kochten een, later door anderen felbegeerd, zwart T-shirt met daarop het Waterboys logo en voelden ons de hemel te rijk.

Drie van ons waren dermate verrukt van dat beeldmerk, dat ze het op hun bovenarm lieten tatoeëren. Voor altijd verbonden in vriendschap en hun liefde voor die band. Ik was destijds iets minder enthousiast over die tatoeage van mijn vriend, laten we het er maar op houden dat ik aan het idee moest wennen. De bijzondere waarde ervan werd mij later ook duidelijk. Hun muziek kleurden in de loop der jaren vele feestjes, kampvuren, twee bruiloften en recent helaas ook een crematie. The Waterboys en wij; vrienden voor het leven!

En zo komt het dat ik nog steeds dik kippenvel krijg als ik dat, inmiddels vaal gewassen zwarte T-shirt zie, of één van die nummers hoor…

Come into my parlour, sail in at my shore
Drink my soul dry, there is always more
Fly on my carpet, look into my face
And see the heart of man, in a Pagan Place.


maandag 10 januari 2011

Have a happy period

Al jaren irriteer ik mij aan alle onzin, die er tijdens maandverband- en tamponreclames over vrouwen en hun menstruatie wordt verkondigd. Gemiddeld is de moderne vrouw gedurende haar leven ruim 400 keer ongesteld, dus ik begrijp dat wij marketingtechnisch een interessante doelgroep zijn. Maar kan het niet wat objectiever?

Als ik de reclames mag geloven, dienen wij vrouwen ons eens per maand voor te bereiden als ware de zondvloed op komst. Het absorptievermogen van een maandverband lijkt te zijn afgestemd op de inhoud van een historische dorpsfontein. En dat terwijl per periode slechts zo’n 50 ml. bloed wordt verloren. Nog even en we trekken met ons wit betegelde kruis volautomatisch een openbaar zwembad leeg.

Of de aloude slogan ‘Blij zijn, vrij zijn, heerlijk gevoel’. Misschien ben ik een uitzondering, maar zeker tijdens de eerste dagen heb ik geen enkele behoefte om in euforische stemming, omringd door lila vlindertjes in smetteloos wit tenue, een tennisbaan te betreden. Laat staan om charmant in slow motion langs de branding te galopperen. Ik voel me niet blij, zeker niet vrij en heb al helemaal geen heerlijk gevoel. Het liefst wil ik met een doos chocola en een dekentje op de bank naar ‘feelgood movies’ kijken.

En dan de recent aangekweekte angst voor tamponverlies?! Dames die de moed niet hebben om van hun bureaustoel op te staan, of durven touwtje springen op kantoor? Ja, dat laatste is één van mijn meest favoriete bezigheden aldaar. Het kan aan mij liggen, ik ben tenslotte pas 45 en heb daarom nog niet zoveel ervaring met tampongebruik, maar de eerste keer dat ik hiervoor naar de afdeling ‘gevonden voorwerpen’ afreis moet nog komen.

De laatste ergernis komt van een nieuwkomer op de markt, met de naam “Naturella”. Eerst dacht ik nog dat het een nieuw soort broodbeleg was. Maar even later blijkt het om maandverband met een bloemenluchtje te gaan. Voor een geparfumeerd schoon & fris gevoel.

Zodat je jouw ‘roosje’ gedurende die week kan omtoveren tot ‘ruikert’. Ja lieve reclamemakers, daar zit ik nou ècht op te wachten!


maandag 15 november 2010

Handsfree?

Als je er op let, valt er heel wat te lachen in de berichtgeving van het dagelijkse nieuws. Ik geef toe dat je ernaar moet zoeken, het grootste deel is nog steeds kommer & kwel, maar als de focus eenmaal is aangepast, word je rijkelijk beloond. Het zijn juist deze berichtjes waardoor ik mijn zonnige blik op het leven kan behouden.

Neem dit voorbeeld; in Brabant is enige tijd geleden 'n 27-jarige automobilist bekeurd voor schennispleging in zijn auto. Nu prikkelt de auto, bij gebrek aan beter alternatief, wel vaker de erotische fantasie, maar deze man reed tegelijkertijd met hoge snelheid over de A27! Dat is toch op z'n zachtst gezegd opmerkelijk. Om de één of andere reden werd de bestuurder zo overmand door zijn sexuele lusten, dat afzondering naar een meer privé omgeving buiten beschouwing werd gelaten.

A-la-minute besloot hij dat het tijd was om de dag van een hoogtepunt te voorzien en haalde zijn vleesgeworden PDA uit de broek voor een spelletje Solitair. Typisch geval van 'als de nood het hoogst is' moet hij hebben gedacht. En dat terwijl het bureau Veilig Verkeer Nederland ons vaak genoeg waarschuwt voor de onveilige gevolgen van het niet handsfree bedienen van een apparaat tijdens het rijden. Een voyeuristische vrachtwagenchauffeur registreerde helaas zijn kenteken en belde de politie.

De (anti-)climax kwam toen hij voor de 2e maal die dag de 'blauwe zwaailichten' voorbij zag komen. Oom agent bekeurde hem voor € 220,00.


woensdag 3 november 2010

En... heb je een lekker dagje vrij gehad?

Het is woensdag en dan ben ik altijd vrij. Althans dat denken mijn collega’s. Het duurde even voordat ik ze het verschil tussen ‘niet werken’ en een ‘vrije dag’ duidelijk had gemaakt. Want ook dat laatste heb ik niet. Dat komt omdat je op een vrije dag (snipperdag schijnt een hopeloos ouderwets woord te zijn) doorbetaald krijgt en ik voor deze dag 20% salaris heb ingeleverd. Bovendien blijkt ‘niet werken’  ook een lastige formule. Ik zal je uitleggen waarom.

De ochtend begint zoals altijd. Ik slaap niet uit, want de jongens moeten naar school. Er worden boterhammen gesmeerd en trommeltjes gevuld. Zodra de heren de deur uit zijn, wacht het huishouden. Ik ruim op, zuig stof en lap de ramen. Oké, ik geef het toe, dat laatste doe ik niet iedere woensdag.

Verder moeten er monden gevuld en dus boodschappen gedaan. Met drie mannelijke veelvraten red je het simpelweg niet met één supermarktbezoek per week. Nog voordat ik de nieuwe voorraad heb opgeruimd, realiseer ik me dat de jongste alweer bijna thuis komt. Die haal ik op van school, want als mama er is, kan er ook een ‘speelafspraak’ worden gemaakt.

Er wordt gezamenlijk geluncht en een vaatwasser uit- en ingeruimd. Als ook de rest van de proviant op z'n eigen plek staat of ligt, is het tijd om te koken. Vaak voor twee dagen tegelijk, want donderdag is een sportdag en dan is het makkelijk als iedereen op z’n eigen tijd een bordje in de ‘pling’ kan opwarmen.

Het hele gezin sport zo’n 2 à 3 keer per week en dat geeft een tsunami aan wasgoed. Op woensdagmiddag worden er naast de gewone kleren ook nog judopakken en voetbaltenues gewassen, gedroogd & gevouwen. En inderdaad, ook ik heb wel eens de beurt om de wedstrijdkleding van het volledige elftal naar wasverzachter te laten ruiken. Maar dat is meestal in het weekend, dus dat telt vandaag niet.

Na het avondeten is er altijd wel wat administratie te doen. Ik internetbankier, lees de nieuwsbrieven van school, vul briefjes in voor judowedstrijden, aanwezigheid op kinderdisco’s, klassenavonden, verjaardagspartijtjes en werk meteen de gezinskalender bij. Voor ik er erg in heb is het bedtijd.

Ik zal niet klagen, want dit is mijn eigen keus. Maar ik heb wel één verzoek. Willen jullie mij morgen alsjeblieft niet vragen of ik een lekker dagje vrij heb gehad? Dankjewel!!

Deze en andere blogs zijn ook gepubliceerd door Mamsatwork.

zaterdag 23 oktober 2010

Suja, suja prikkeltje

Op weg naar de supermarkt, valt mijn oog op een klein wezentje in het gras. Als geboren en getogen stadsnimf is de enige ontmoeting die ik tot dan toe met een egel heb gehad via een dierenboek of als stukje wegtapijt. Maar deze is echt en leeft. Ik kom dichterbij en ben erop bedacht dat 'ie nu ieder moment onder de struiken zal schieten, maar dat gebeurt niet.

Ik pak het egeltje voorzichtig op. Ze rolt zich moeizaam tot een bolletje en trekt haar pootjes en snuitje in. Het is een schattig gezicht. De stekeltjes zijn nog niet erg hard en prikken nauwelijks. Egels zijn nachtdieren, het klopt dus niet dat ik haar op klaarlichte dag zo kan oppakken. Ik neem haar mee en laat het beestje in een schoenendoos tot rust komen. Ze past in mijn handpalm, weegt amper 130 gr. en is nog geen 4 weken oud.

Het is ‘t zoveelste dier dat mij uitzoekt als redder in nood. Soms voel ik me net Sneeuwwitje. Alleen al deze zomer heb ik mij ontfermd over een koolmees zonder staartveren, een uit het nest gevallen merel en een dakloos geraakte kitten. Ze hebben hun avontuur allemaal overleefd.

De rest van de middag delft mijn huishouden het onderspit. En zodra mijn mannen thuis komen hangt iedereen met z'n neus boven de schoenendoos. De tot Spiky gedoopte babyegel wordt bekeken en bewonderd. Zullen we haar houden en laten overwinteren in onze afgeschermde terrastuin?

Na telefonisch contact met de egelopvang blijkt dat ze daarvoor te klein is. Ze heeft professionele hulp nodig, zodat ze kan aansterken, voor zichzelf kan leren zorgen en - na haar winterslaap - opnieuw kan worden uitgezet. Na het avondeten dragen we haar over aan de vakkundige handen van een vrijwilligster en nemen met pijn in ons hart afscheid.

Bij de eerstvolgende wandeling hoop ik nu eens zeven dwergen in nood tegen te komen. Dan komt het met mijn huishouden tenminste ook een keer goed.

maandag 18 oktober 2010

Ik ben een Tena Lady

Zolang ik mij kan herinneren sta ik bekend als ‘gevoelsmens’. Ik heb een groot hart en dito fantasie en daardoor ben ik kennelijk in staat om mezelf in allerlei situaties in te leven. Dat is doorgaans best een prettige karaktertrek, want met dit vermogen ben ik menig familielid, vriendin of collega tot steun geweest en hebben weinig mensen mij kunnen betrappen op harteloos gedrag.

Daar komt bij dat mensen het nou eenmaal fijn vinden om anderen te categoriseren. We plakken er graag een stickertje op en plaatsen iemand vervolgens in een hokje. Zo zijn er de mannen en vrouwen hokjes, linkse en rechtse hokjes, gelovige en ongelovige hokjes, ga zo maar door. En zo zit ik persoonlijk dus al jaren in het hokje ‘natte dweil’.

Er is niet veel voor nodig om mij te raken. Zo snijdt kinderleed mij tot bloedens toe in de moederziel en prikken mijn ogen bij het zien van andermans verdriet. Draai een willekeurige Disney film en de tissues komen tevoorschijn zodra de violen aanzwellen. Tijdens bruiloften en kraamvisites druppel ik als een lekkende kraan en begrafenissen overtreffen de watersnoodramp van 1953. Ik word dan ook wel eens gekscherend ‘emotioneel incontinent’ genoemd.

Het nadeel van die hokjes is wel, dat we geneigd zijn te veronderstellen dat de ene eigenschap automatisch een andere tot gevolg heeft. Daar gaat het in mijn geval nog wel eens mis. Ondanks het feit dat ik een vreselijke sentimentele muts ben, is het kenmerk  ‘teergevoeligheid’ mij volledig vreemd. Ik kan grove grappen (mits ze getuigen van enig basaal respect) erg waarderen en lach mij met even groot gemak regelmatig de tranen in de broek.

Over één ding maak ik me sinds kort wel zorgen. Want wat moet ik, nu het nieuwe kabinet van plan is om de 24-uurs luier af te schaffen?

vrijdag 8 oktober 2010

Make love, not war!

Dagelijks neem ik, tijdens het doornemen van de ochtendkrant, een slokje wereldellende tot mij. Af en toe valt mijn oog gelukkig ook op een ludiek artikel, waar mijn fantasie dan volledig mee op de loop gaat. Zo ook toen men een tijdje geleden op Cyprus ontdekte, dat een bepaald type vibrators storingen veroorzaken op de militaire radarfrequenties.

Nu heb ik persoonlijk net zoveel met vibrators, als met vegetariërs. Niets! Ik houd niet van vleesvervangers. Net zo min als je bij mij een vegaburger in de koelkast aantreft, staat er ook geen Tarzan met tweetaktversnelling op mijn nachtkastje te pronken. Ik ga voor 'the real thing' en anders sla ik met gemak een maaltijd over.

Een vibrator (de 'Love Bug 2' genaamd), die het streng beveiligde militaire luchtruim verstoort, hoe kom je er op?! Voor mij zie ik een peloton potente militairen een gezellig ingericht 2-kamer appartement binnenvallen. In plaats van een groep Al Quaida-strijders, treffen zij een kirrende jongedame aan, die net haar nieuwste accessoire uitprobeert. Ik had hiervan graag de beelden op het NOS journaal gezien.

Maar eigenlijk is deze Cypriotische ontdekking het pacifistische (tril)ei van Columbus!!

Want wees eerlijk, is het geen fantastische gedachte als wij vrouwen ons wereldwijd verenigen? Dan bestellen we allemaal dit stukje speelgoed en laten het in discrete verpakking bij ons thuis afleveren? Op het moment dat ergens ter wereld een politiek broeierige sfeer ontstaat, zetten wij massaal onze 'Love Bug 2' aan. Zo voorkomen wij dan, voor slechts € 17,95 incl. B.T.W., een mensonterende en geldverslindende oorlog!